Geschiedenis

De geschiedenis van Zonnestraal begint in 1905 met de oprichting van het Koperen Stelen Fonds 'Nieuwe Levenskracht'. Onder de bezielende leiding van 'Ome'Jan van Zutphen verzamelden de leden van de Algemene Nederlandse Diamantarbeiders Bond, de tijdens het slijpen afgebroken diamanthouders. Van de opbrengst van deze koperen steeltjes kon jaarlijks een tiental aan TBC lijdende arbeiders in sanatoria worden verpleegd.  

Pampahoeve
In 1919 werd het landgoed 'de Pampahoeve' aangekocht. In hetzelfde jaar komen Bijvoet en Duiker via Dr. H.P. Berlage in contact met het Koperen Stelenfonds. Spoedig volgen de eerste ontwerpen voor een sanatorium. De bedoeling is te komen tot een complex waar van tuberculose genezen personen volledig kunnen herstellen en zich kunnen voorbereiden op de terugkeer in het maatschappelijk leven. Door de crisis in 1920, die ook de diamantindustrie trof, bleef de oprichting van het sanatorium voorlopig echter bij plannen.

Ter Meulenpaviljoen
De plannen werden realistischer toen in 1925 de Nederlandse Vereniging tot het oprichten der arbeidskolonies voor tuberculoselijders in Nederland werd opgericht. Sanatorium Zonnestraal, genoemd naar de zusterorganisatie van het Koperen Stelen Fonds in Antwerpen, werd vervolgens na de bouw van het door Duiker en Bijvoet ontworpen complex in 1928 geopend met het plaatsen van de eerste patiĆ«nten in het Ter Meulenpaviljoen.  

Dresselhuyspaviljoen
In 1931 werd het tweede paviljoen, het Dresselhuyspaviljoen, geopend waarmee het complex toen bestond uit het hoofdgebouw en twee paviljoens. In hetzelfde jaar 1931 werd het dienstbodehuis De Koepel gebouwd. Dit gebouw ligt enigszins afgelegen van het complex en biedt huisvesting aan 18 dienstmeisjes.  

Rijksmonument
In de loop van de tijd is er veel aan het oorspronkelijke ensemble veranderd en bijgebouwd op het terrein. Door de ontwikkeling in de medische wetenschap raakt de behoefte aan een sanatorium voor TBC-patiƫnten op de achtergrond en wordt in 1957 de functie van het complex veranderd in algemeen ziekenhuis. In 1988 wordt het oorspronkelijke ensemble tot Rijksmonument verklaard en in 1993 wordt het complex verlaten behalve de villa en het Ter Meulenpaviljoen.